Op 13 januari 2013 werd de Leonarduskerk aan de eredienst onttrokken. De kerkelijke autoriteiten oordeelden dat het om economische redenen niet langer verantwoord was de neogotische kerk in stand te houden. Aan het einde van de afsluitende dienst werd het grote beeld van Sint Leonardus de kerk uitgedragen, waarmee symbolisch een definitief einde kwam aan de status van de kerk als godshuis.

Opvallend was dat het Leonardusgilde weigerde het beeld mee naar buiten te dragen. De gildebroeders bleven met hun vaandels in de voorste banken zitten. Het gilde was van oordeel dat het kleinere, houten beeld van Sint Leonardus op de Donk moest blijven en een plek moest krijgen in de Leonarduskapel aan de Goorloop. Overleg met de pastoor leek aanvankelijk geen problemen op te leveren, maar liep uiteindelijk stuk. Vandaar de actie, bijzonder voor een gilde dat altijd bijzonder trouw was aan het kerkelijk gezag.

Het was echter niet de eerste keer dat Sint Leonardus op de Donk volop ter discussie stond.

De verering van de heilige Leonardus op de Donk vond oorspronkelijk plaats in de Leonarduskapel, gesticht in 1422 door Gooswijn Model van der Donck, schepen van ‘s-Hertogenbosch. Hij stichtte de kapel op zijn eigen landgoed Ter Donck en wijdde haar aan de H. Maagd Maria, de martelaren Leonardus en Rumoldus, en de belijders Antonius en Eligius. Leonardus groeide al snel uit tot de belangrijkste patroonheilige. Op de Donk werd hij vereerd als genezer van beenziekten, reumatiek, jicht en lamheid.

Uit een jaarrekening van 1645 blijkt hoe levendig de kapel was. De inkomsten bedroegen bijna 248 gulden, waarvan het grootste deel afkomstig was uit de offerblok. Het meest werd geofferd op de twee St. Lenartsdaeghen: de patroonsdag en de dag van de Donkse Wijinge. De uitgaven lagen dat jaar met bijna 490 gulden echter een stuk hoger. Dak en torentje moesten gerepareerd worden, er werd een nieuwe klok gegoten en voor de Broederschap van St. Lenaert en de Schutbroeders werd een nieuw vaandel aangeschaft voor maar liefst 200 gulden.

In 1632 noemde norbertijner prelaat Augustinus Wichmans de kapel “vermaard door wonderen en bezocht door een grote toeloop van pelgrims”. Zelfs na de Vrede van Munster in 1648, waarna katholieke eredienst officieel verboden werd, bleven de bedevaartgangers komen. In 1671 klaagden gereformeerde predikanten over duizenden pelgrims die jaarlijks naar de Donk trokken. In 1699 volgde opnieuw een protest bij de Staten-Generaal, maar ook dat haalde weinig uit.

In 1735 laaide de strijd opnieuw op. Pastoor Johannes Baptista Martens las al een half jaar geen missen meer in de schuurkerk van Beek, maar uitsluitend in de Donkse schuurkerk bij Sint Leendert. De inwoners van Beek klaagden hierover bij de heer van Beek en Donk. De advocaat-fiscaal van de Raad van Brabant legde de pastoor een boete op van 600 gulden en bepaalde dat er nog slechts in één kerkenhuis dienst gedaan mocht worden. Martens koos voor de Donk.

Na verzoekschriften van zowel de Donkse inwoners als de heer Van Raesveld bepaalde de Raad van State in 1739 dat de kapel weer in gebruik mocht worden genomen, maar verbood uitdrukkelijk “aldaer eenige superstitieuze devotiën van bedevaerten of anderssints te plegen”. Bij overtreding zou de kapel voor altijd worden gesloten.

Desondanks bleven de bedevaartgangers komen. Gerechtsdienaren moesten geregeld pelgrims uit de kapel verwijderen. Ze ontdekten zelfs dat het beeld van Sint Leonardus zo was neergezet dat het via een klein raam zichtbaar was vanuit de tuin van de naastgelegen herberg, zodat pelgrims toch hun devotie konden beoefenen. Ook pastoor Martens’ opvolger Wilhelmus Beekmans stimuleerde de Leonardusdevotie, waardoor het aantal bedevaartgangers verder toenam. Op de feestdag van Sint Leonardus en de dag van de Donkse Wijinge kwamen nog steeds grote menigten naar de Donk. Op gewone dagen arriveerden gemiddeld twaalf tot vijftien pelgrims, die vaak ’s avonds overnachtten in de herberg van Peter Bartels Verhallen naast de kapel.

In 1753 en 1754 regende het getuigenissen van inwoners van Beek met klachten over de gang van zaken rond het Donkse kerckenhuijs. Drossaard Gijsbert de Jong deed er alles aan om de kapel gesloten te krijgen. Op 26 augustus 1754 kwamen deurwaarder H. van Rijssen en zijn gerechtsdienaren midden in de nacht de deuren definitief sluiten en verzegelen. De ramen werden van binnen en buiten dichtgespijkerd en gemetseld. Pastoor en parochianen dienden verzoekschriften in tot aan de Staten-Generaal, maar op 4 oktober 1757 volgde de definitieve uitspraak: de kapel bleef dicht. In diezelfde uitspraak werd bepaald dat het beeld van Sint Leonardus vernietigd zou moeten worden, al blijft de vraag of dit ook daadwerkelijk is gebeurd.

Deurwaarder Van Rijssen beschreef het gebouw uitvoerig in zijn verslag. Het betrof een stenen gebouw met muren van ongeveer 1,75 meter hoog, een lengte van ruim 17 meter en een breedte van ruim 10 meter. De voorgevel had een dubbele deur en het dak was gedekt met stro. Binnen stonden drie altaren: een hoofdaltaar, een Maria-altaar rechts en links een altaar met een schilderij van de heilige Leonardus. Achter het hoofdaltaar beyond zich een sacristie met drie kleine ramen. Daar stond ook het beeld van Sint Leonardus, met kettingen aan de armen. Zelfs de deurwaarder, vermoedelijk protestant, was er van onder de indruk: hij noemde het beeld liefkozend “Leendertje” en schreef dat het “een schoon aanzicht was”.

Overigens betrof deze beschrijving niet de oorspronkelijke kapel uit 1422, maar een later gebouwde schuurkerk. Na de Vrede van Munster was het katholieken oogluikend toegestaan te kerken, mits het gebouw niet het uiterlijk had van een kerk maar van een gewoon huis of boerderij.

De definitieve sluiting van de Leonarduskapel was naar alle waarschijnlijkheid mede het gevolg van politieke tegenstellingen binnen Beek en Donk. Drossaard Gijsbert de Jong had hoogoplopende conflicten met lokale bestuurders, en de vanouds bestaande rivaliteit tussen Beek en de Donk speelde een steeds grotere rol. Hadden ze vreedzaam naast elkaar geleefd, dan had de kapel er mogelijk nog altijd gestaan.

Bijna honderdveertig jaar na de sluiting, in 1896, werd de huidige Leonarduskerk in gebruik genomen. Op 13 januari 2013 werd ook zij aan de eredienst onttrokken. Maar anders dan in 1754 blijft het gebouw behouden.

En er is nog steeds een Leonarduskapel op de Donk, aan de Goorloop, hoek Kapelstraat en Lage Heesweg. Wie Sint Leonardus wil vereren, kan er nog altijd terecht. De eeuwenlange verbondenheid tussen de Donk en Sint Leonardus is levend erfgoed, en dat verdient een zichtbare en tastbare plek in onze tijd. Het beeld van Sint Leonardus hoort in die kapel thuis.